ECLI:NL:CRVB:2008:BG6717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering ondanks psychische klachten
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewet-uitkering per 3 juli 2006 te beëindigen, omdat zij meende dat er onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische klachten, waaronder een depressie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV voldoende was en dat de door appellante overgelegde medische stukken geen aanleiding gaven om meer beperkingen aan te nemen.
De Raad nam mee dat de huisarts pas in oktober 2006 een behandeling startte en dat eerdere medische rapporten geen melding maakten van psychische klachten op de relevante datum. Ook tijdens de onderzoeken en hoorzitting gaf appellante geen melding van dergelijke klachten.
De Raad volgde daarmee de bezwaarverzekeringsarts en wees het beroep af, zonder proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De intrekking van de Ziektewet-uitkering per 3 juli 2006 wordt bevestigd wegens onvoldoende medische grondslag voor arbeidsongeschiktheid.