ECLI:NL:CRVB:2008:BG6348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering op grond van autismespectrumstoornis en arbeidsongeschiktheid
Appellant meldde zich ziek wegens psychische klachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%. Na bezwaar en beroep werd dit standpunt door de rechtbank bevestigd. In hoger beroep stelde appellant dat hij aan de stoornis van Asperger leed, wat zijn beperkingen zwaarder maakte dan aangenomen door het UWV.
De Raad raadpleegde onafhankelijke deskundigen, waaronder psychiater Koerselman en psychiater Kan, die verschillende beoordelingen gaven van de beperkingen van appellant. Koerselman onderschreef de beperkingen zoals vastgesteld door het UWV, terwijl Kan appellant zwaarder beperkt achtte. De Raad volgde het oordeel van Koerselman, dat de beperkingen adequaat waren weergegeven, maar concludeerde dat de functie schadecorrespondent binnendienst medisch gezien niet geschikt was voor appellant.
Door het vervallen van deze functie en het aanwijzen van een andere reservefunctie werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45 tot 55%. De Raad vernietigde het eerdere besluit, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
De uitspraak benadrukt het belang van het volgen van onafhankelijke deskundigen en het zorgvuldig wegen van medische beperkingen bij het bepalen van arbeidsongeschiktheid en passende functies.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellant wordt vastgesteld op 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid.