ECLI:NL:CRVB:2008:BG6004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAJONG-uitkering wegens onjuiste arbeidskundige grondslag
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAJONG-uitkering per 15 februari 2006, waarbij het Uwv haar arbeidsongeschiktheid op 35 tot 45% had vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige grondslagen juist waren. In hoger beroep betwistte appellante dit oordeel, onder meer met nieuwe medische brieven, maar de Raad oordeelde dat deze geen nieuw licht wierpen en onderschreef de rechtbank.
Echter, het Uwv nam op 17 september 2008 een nieuw besluit waarin werd erkend dat de arbeidskundige grondslag onjuist was, omdat de theoretische verdiencapaciteit niet was gemaximeerd ondanks de medische beperking van maximaal 20 uur werken per week. Hierdoor kon het eerdere vonnis niet in stand blijven.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak, verklaarde het beroep tegen het besluit van 14 december 2005 gegrond en vernietigde dat besluit. Het beroep tegen het nieuwe besluit van 17 september 2008 werd ongegrond verklaard. Tevens werden proceskosten toegekend aan appellante en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 14 december 2005 wordt gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.