ECLI:NL:CRVB:2008:BG5780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot bij overlijden
Appellante verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) nadat haar echtgenoot op 1 september 2003 in Marokko overleed. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was onder de ANW ten tijde van zijn overlijden en ook geen aanspraak kon maken op internationale regelingen.
Appellante stelde dat haar echtgenoot postuum als verzekerde moest worden aangemerkt via de hardheidsclausule van artikel 24 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, maar de Svb wees dit verzoek af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de echtgenoot van appellante sinds 1 januari 2000 niet meer verplicht verzekerd was en geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering. Ook was hij niet bevoegd om postuum deel te nemen aan de vrijwillige verzekering. Daarnaast was hij niet verzekerd onder de Marokkaanse wetgeving, waardoor ook op grond van het bilaterale verdrag geen recht op een Nederlandse uitkering bestond.
De Raad zag geen reden om het bestreden besluit te vernietigen en wees het hoger beroep af. De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade op 27 november 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de nabestaandenuitkering bevestigd.