ECLI:NL:CRVB:2008:BG5759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, wonende in België, had sinds 1987 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid die in 1996 werd herzien naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Na een verkeersongeval met whiplash-letsel werd de uitkering ongewijzigd voortgezet. In 2004 gaf appellant aan dat zijn arbeidsongeschiktheid was toegenomen en meldde hij nieuwe klachten zoals jicht.
Het UWV voerde een medisch onderzoek uit door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige en besloot in januari 2005 de uitkering ongewijzigd voort te zetten, wat bij bezwaar in mei 2005 werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de door appellant genoemde klachten niet relevant waren voor de beoordeling.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek summier was en dat geen lichamelijk onderzoek had plaatsgevonden. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het onderzoek uitgebreid was, inclusief lichamelijk onderzoek van hart, longen, wervelkolom en extremiteiten. Tevens werd bevestigd dat de beoordeling van arbeidsmogelijkheden op basis van functies in Nederland rechtmatig was, ook al kwamen sommige functies niet in België voor.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De WAO-uitkering blijft ongewijzigd voortgezet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering na een zorgvuldig medisch onderzoek.