ECLI:NL:CRVB:2008:BG5598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet tijdig overleggen gevraagde gegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht verzocht appellant herhaaldelijk om bankafschriften te overleggen, noodzakelijk voor de beoordeling van de bijstand.
Appellant leverde deze gegevens niet binnen de gestelde termijnen aan, waarop het College de bijstand introk en de kosten terugvorderde. Appellant voerde aan dat hij de afschriften niet tijdig kon verkrijgen vanwege vertraging bij de Postbank en contact met een ambtenaar van de gemeente.
De Raad oordeelt dat de gevraagde bankafschriften relevante gegevens zijn voor de bijstandsverlening en dat appellant redelijkerwijs over deze gegevens had kunnen beschikken binnen de hersteltermijn. De door appellant aangevoerde omstandigheden konden niet worden bewezen of rechtvaardigen geen verwijtbaarheid.
Daarom is het besluit tot intrekking en terugvordering terecht genomen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Utrecht bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; intrekking en terugvordering bijstand bevestigd.