ECLI:NL:CRVB:2008:BG5595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-uitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1 mei 1995 een AOW-uitkering volgens de norm voor ongehuwde pensioengerechtigden. Na een melding over het voeren van een gezamenlijke huishouding met [d. W.] voerde de Sociale verzekeringsbank (Svb) een onderzoek uit, waarbij dossieronderzoek, getuigenverklaringen en verhoren werden ingezet. Op grond hiervan werd het ouderdomspensioen per 1 juni 1995 herzien naar de gehuwdennorm.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad beoordeelde of de Svb terecht aannam dat appellante en [d. W.] gezamenlijk huisvesting verzorgden en in elkaars verzorging voorzagen. Uit verklaringen van buurtbewoners, getuigenissen, en feiten zoals gezamenlijke postbezorging en hoog waterverbruik, concludeerde de Raad dat sprake was van hoofdverblijf in dezelfde woning.
Daarnaast stelde de Raad vast dat wederzijdse verzorging aanwezig was, onder meer door gezamenlijke activiteiten, het gebruik van elkaars voorzieningen en het verrichten van klussen. Appellante voerde onvoldoende tegenbewijs aan. De Raad bevestigde daarom de herziening van de AOW-uitkering en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De herziening van de AOW-uitkering naar de gehuwdennorm wordt bevestigd omdat appellante een gezamenlijke huishouding voerde met [d. W.]