ECLI:NL:CRVB:2008:BG5251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ziekengeld na WAO-herbeoordeling wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant werd sinds juni 1998 arbeidsongeschikt verklaard wegens psychosociale klachten en ontving een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2004 werd hij geacht arbeid te kunnen verrichten en werd de WAO-uitkering ingetrokken per december 2004. In januari 2005 meldde appellant zich ziek wegens psychische klachten en ontving ziekengeld.
Na medische onderzoeken door verzekeringsartsen en overleg met behandelaars werd appellant in mei 2006 weer arbeidsgeschikt verklaard en het ziekengeld ingetrokken. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar ook in de bezwaarprocedure bleven de verzekeringsartsen bij hun oordeel dat appellant arbeidsgeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische advisering zorgvuldig was en dat appellant in staat werd geacht de eerder geselecteerde functies te vervullen. Ook de door appellant aangevoerde ziekte thalassemie werd als niet belemmerend beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel na zorgvuldige bestudering van de medische rapporten en de standpunten van appellant. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de beoordeling van de verzekeringsartsen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van het ziekengeld per 15 mei 2006 wegens arbeidsgeschiktheid.