ECLI:NL:CRVB:2008:BG5240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde Ziektewet-uitkering over augustus 2004
Betrokkene ontving na beëindiging van zijn aanstelling een WW-uitkering en meldde zich vervolgens ziek, waarna hij een Ziektewet-uitkering kreeg voor augustus 2004. Later stelde het UWV vast dat over die maand dubbel was uitbetaald, wat leidde tot een terugvorderingsbesluit van €1.756,87. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de dubbele betaling inderdaad had plaatsgevonden, mede op basis van administratieve gegevens en bankafschriften. De Raad benadrukte dat het hier ging om terugvordering van onverschuldigde betaling zoals bedoeld in artikel 33 ZW Pro, niet om een herziening op grond van artikel 30a.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk onvoldoende was gemotiveerd, oordeelde de Raad dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven omdat in hoger beroep een voldoende onderbouwing was gegeven. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de terugvordering van de dubbele Ziektewet-uitkering terecht is, ondanks vernietiging van het besluit wegens onvoldoende motivering.