ECLI:NL:CRVB:2008:BG5224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld en WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich in februari 2004 ziek en ontving een Ziektewetuitkering (ZW). Na 104 weken arbeidsongeschiktheid diende zij een aanvraag in voor een WIA-uitkering. Het UWV beëindigde echter per 30 januari 2006 het recht op ziekengeld omdat appellante niet langer ongeschikt was tot haar arbeid. Tevens werd de WIA-aanvraag afgewezen omdat zij niet aan de vereiste wachttijd voldeed.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij ernstige lichamelijke en psychische klachten had die onvoldoende waren meegewogen. Zij overlegde medische rapporten, waaronder een neuropsychiatrisch rapport van een zenuwarts.
De Raad overwoog dat de medische gegevens en rapportages van de bezwaarverzekeringsarts voldoende onderbouwing boden voor het oordeel dat appellante vanaf 30 januari 2006 geschikt was voor arbeid. De aanvullende medische stukken boden geen nieuwe inzichten die tot een ander oordeel leidden. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van ziekengeld en weigering van WIA-uitkering wordt bevestigd.