ECLI:NL:CRVB:2008:BG4763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vergoeding loonschade na onrechtmatig loonsanctiebesluit UWV
Het UWV legde appellante een loondoorbetalingsverplichting van vier maanden op voor haar werkneemster, welke later bij besluit op bezwaar werd ingetrokken wegens onrechtmatigheid. Appellante vorderde daarop schadevergoeding voor de ten onrechte betaalde loonkosten en bijkomende kosten.
De rechtbank wees het beroep van appellante af, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat het UWV een onrechtmatige daad heeft begaan jegens appellante. De Raad stelde vast dat de loondoorbetalingsverplichting volgens de wet slechts inhield dat 70% van het loon, althans het wettelijk minimumloon, betaald had hoeven te worden.
De Raad wees de volledige vergoeding van 100% van het loon af en bepaalde dat het UWV slechts aansprakelijk is voor 70% van het doorbetaalde loon, inclusief de opgebouwde vakantietoeslag en werkgeverslasten. Kosten voor telefoongesprekken en reiskosten werden niet vergoed. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het UWV is aansprakelijk voor 70% van het doorbetaalde loon, vakantietoeslag, werkgeverslasten en re-integratiekosten, en moet proceskosten vergoeden.