ECLI:NL:CRVB:2008:BG4606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks medische beperkingen rechterpink
Appellant, voormalig metaalbewerker, ontving sinds 2003 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100% door een flexiecontractuur van zijn rechterpink en aanverwante klachten. Het UWV trok in 2005 de uitkering in omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende motivering over drie functies, waarna het UWV een nieuw besluit nam dat opnieuw de bezwaren ongegrond verklaarde.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de medische beperkingen adequaat zijn vastgesteld en dat het ontbreken van een persoonlijk onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts niet onzorgvuldig is. Het opleidingsniveau van appellant is juist ingeschat op VMBO-niveau. De Raad oordeelt dat vier van de vijf functies die het UWV aanvoert passend zijn, maar de functie van machinaal verspaner niet, vanwege de tilbelasting die appellant niet kan dragen.
De Raad concludeert dat het verlies aan verdiencapaciteit 14,6% bedraagt, net onder de 15%-grens, waardoor de intrekking van de WAO-uitkering terecht is. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is.