ECLI:NL:CRVB:2008:BG4473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en wettelijke rente na intrekking hoger beroep door UWV
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep van betrokkenen tegen het UWV, dat zelf zijn hoger beroep had ingetrokken na het alsnog toekennen van een WAO-uitkering aan betrokkenen. Het UWV werd veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan betrokkenen, die redelijkerwijs gemaakt waren in verband met de behandeling van het hoger beroep. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
Het geschil betrof vier samenhangende zaken waarin het UWV aanvankelijk een uitkering had geweigerd, maar na intrekking van het hoger beroep alsnog aan betrokkenen tegemoetkwam door een arbeidsongeschiktheid van 80-100% vast te stellen en betrokkene 1 als arbeidsgehandicapte aan te merken. De Raad overwoog dat de proceskostenvergoeding beperkt bleef tot de kosten in hoger beroep, aangezien het UWV reeds in eerste aanleg was veroordeeld tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand.
De Raad verwees voor de berekening van de wettelijke rente naar een eerdere uitspraak en benadrukte dat betrokkenen zich rechtstreeks tot het UWV kunnen wenden voor vergoeding van het griffierecht indien dit niet spontaan is vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter J.N.A. Bootsma en griffier R.B.E. van Nimwegen op 12 november 2008.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente aan betrokkenen na intrekking van het hoger beroep.