ECLI:NL:CRVB:2008:BG4276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bijstand zonder terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant, voormalig zelfstandige met verslavingsproblematiek, vroeg bijstand aan met ingang van 18 mei 2006. De bijstand werd toegekend vanaf die datum, maar appellant verzocht om terugwerkende kracht. De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar ongegrond, oordeelde dat appellant ten onrechte niet was gehoord en dat geen bijzondere omstandigheden voor terugwerkende kracht bestonden.
In hoger beroep vernietigde de Centrale Raad van Beroep het vonnis van de rechtbank omdat deze ambtshalve toetsing verrichtte die niet was toegestaan. De Raad overwoog dat de rechtbank buiten haar bevoegdheid trad door te oordelen over schending van artikel 7:2 Awb Pro zonder dat dit als grief was aangevoerd.
De Raad stelde vast dat terugwerkende kracht van bijstand in principe niet wordt verleend tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. Appellant voerde verslavingsproblematiek aan, maar slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij door zijn gezondheidstoestand niet eerder een aanvraag kon indienen of dat een derde dat voor hem had kunnen doen.
Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en liet de bijstand ingaan op 18 mei 2006. De Raad zag geen reden voor proceskostenveroordeling en wees terugwijzing naar de rechtbank af omdat geen nadere behandeling nodig was.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt toegekend vanaf 18 mei 2006 zonder terugwerkende kracht.