ECLI:NL:CRVB:2008:BG4275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Herziening en gedeeltelijke toekenning WAO-uitkering na medische beoordeling en urenbeperking
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard met een WAO-uitkering van 80-100%, betwistte de intrekking van zijn uitkering na een herbeoordeling door het UWV. Hij stelde dat zijn medische beperkingen, waaronder vermoeidheid door medicijngebruik, onvoldoende waren meegewogen en dat een urenbeperking noodzakelijk was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende onderbouwing van de arbeidskundige beoordeling, met name over de passendheid van de laatst verrichte arbeid en het gehanteerde maatmanloon. Het UWV nam daarop een nieuw besluit waarin appellant gedeeltelijk arbeidsongeschikt werd verklaard (15-25%) en de WAO-uitkering werd herzien.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling voldoende zorgvuldig was en dat de bezwaararbeidsdeskundige de geschiktheid van functies adequaat had toegelicht. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard. Tevens werd de vergoeding van rente over de nabetaling van de WAO-uitkering toegewezen.
De Raad veroordeelde het UWV tot schadevergoeding conform artikel 8:73 Awb Pro en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 5 november 2008.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV tot gedeeltelijke herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.