ECLI:NL:CRVB:2008:BG4116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen op grond van gezamenlijke huishouding
Appellant ontving vanaf februari 2005 een AOW-pensioen berekend op het normbedrag voor een alleenstaande. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de Sociale verzekeringsbank een onderzoek dat leidde tot de conclusie dat appellant een gezamenlijke huishouding voert met [G.]. Hierdoor werd het pensioen herzien op basis van het gehuwdenormbedrag.
Appellant betwistte dat sprake was van een gezamenlijke huishouding vanaf februari 2005, maar erkende dit vanaf juni 2005. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel. De Raad baseerde zich onder meer op gedetailleerde en overeenstemmende verklaringen van appellant en [G.] tijdens het verhoor.
De Raad concludeerde dat er vanaf februari 2004 sprake was van feitelijke samenwoning en dat de herziening van het pensioen terecht was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant vanaf februari 2005 een gezamenlijke huishouding voert en de herziening van het AOW-pensioen terecht is.