ECLI:NL:CRVB:2008:BG3688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag zitbad wegens ontbreken medische indicatie
Appellant verzocht om een voorziening in de vorm van een zitbad, welke door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland werd afgewezen op basis van een medisch advies dat een douchestoel een voorliggende voorziening is en er geen medische contra-indicatie bestaat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar deed dit in strijd met artikel 8:64 van Pro de Algemene wet bestuursrecht door zonder toestemming van partijen de zitting te schorsen en de nadere zitting achterwege te laten.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank. Uit de medische adviezen van verschillende artsen blijkt dat er geen medische indicatie is voor een zitbad. Appellant heeft geen aanvullende medische gegevens overgelegd die tot een ander oordeel leiden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een zitbad wordt ongegrond verklaard.