ECLI:NL:CRVB:2008:BG3620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAZ-uitkering in te trekken op grond van een vermeende afname van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 25% per 2 september 2005. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische gegevens en de arbeidskundige beoordeling voldoende waren en dat de functies die aan appellante waren voorgehouden geschikt waren.
In hoger beroep betoogde appellante dat de medische beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat het gebruikte Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) onvoldoende inzicht gaf in de geschiktheid van de functies. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling juist was, maar dat de onderbouwing van de geschiktheid van de functies met het CBBS onvoldoende was gemotiveerd.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven omdat in hoger beroep alsnog een toereikende arbeidskundige onderbouwing was geleverd. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.