ECLI:NL:CRVB:2008:BG1922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en herziening arbeidsongeschiktheidspercentage WAO-uitkering na nadere arbeidskundige onderbouwing
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo die het eerste bezwaarbesluit inzake een WAO-uitkering vernietigde. De rechtbank had geoordeeld dat de arbeidskundige grondslag van het eerste besluit gebreken vertoonde, met name door tekortkomingen in het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Tijdens het hoger beroep heeft appellant een nadere arbeidskundige onderbouwing ingebracht, gebaseerd op een aangescherpte FML en een rapport van de bezwaararbeidsdeskundige Van Rhee. Dit leidde tot een nieuw besluit waarbij het arbeidsongeschiktheidspercentage werd verhoogd naar 35 tot 45%. De erven van de betrokkene betwistten echter de volledigheid en toetsbaarheid van deze onderbouwing.
De Raad stelt vast dat het eerste besluit niet langer stand kan houden en bevestigt de vernietiging daarvan. Het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard omdat de Raad de nadere onderbouwing voldoende vindt. Tevens veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot betaling van proceskosten aan de erven en legt griffierechten op.
Uitkomst: Het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard en het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 35 tot 45%.