ECLI:NL:CRVB:2008:BG1753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medisch onderzoek en bezwaarprocedure
Appellant, die sinds 1999 een WAO-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, werd in 2004 herbeoordeeld door artsen van het UWV. Deze stelden beperkingen vast, maar geen medische indicatie voor urenbeperking, wat leidde tot een herziening van de uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.
Na bezwaar en aanvullend onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts werd het bezwaar in 2006 deels gegrond verklaard, en de uitkering aangepast naar 45-55%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en zijn beperkingen werden onderschat, terwijl hij eerder volledig arbeidsongeschikt was verklaard. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek, inclusief het bezwaarrapport, zorgvuldig en adequaat was en dat de subjectieve klachten van appellant onvoldoende waren onderbouwd met concrete medische gegevens.
De Raad concludeerde dat er geen rechtens onaanvaardbare discrepantie was tussen de eerdere en huidige beoordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid.