ECLI:NL:CRVB:2008:BG1571

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2928 WAO + 08-3289 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Bolt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22, vijfde lid, Beroepswet
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten en wettelijke rente na intrekking hoger beroep

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WAO-zaak. Het UWV nam op 2 juni 2008 een nieuwe beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan trok appellante op 18 juni 2008 het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten en tot betaling van wettelijke rente.

De Raad stelde vast dat het hoger beroep werd ingetrokken omdat het UWV aan de bezwaren tegemoet was gekomen. Op grond van artikel 8:75a Awb kan in een dergelijk geval het bestuursorgaan op verzoek worden veroordeeld in de kosten. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van € 322,- en tot betaling van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering.

De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie voor de wijze van berekening van de wettelijke rente. Tevens werd opgemerkt dat appellante zich rechtstreeks tot het UWV kan wenden voor vergoeding van het griffierecht. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2008 door rechter H. Bolt.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en vergoeding van proceskosten na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

08/2928 WAO
08/3289 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 maart 2008, 06/2207 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 22 oktober 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. R.J. Ouderdorp, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Op 2 juni 2008 heeft het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 18 juni 2008 heeft mr. Ouderdorp namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot betaling van de wettelijke rente.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid op dit verzoek te reageren.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
2. De Raad stelt vast dat appellante het hoger beroep heeft ingetrokken om reden dat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 2 juni 2008 geheel aan haar bezwaren is tegemoetgekomen.
3. Nu aldus aan appellante is tegemoetgekomen, is er aanleiding het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellante verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495, gepubliceerd in JB 1995,114.
4. Voorts ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De Raad stelt vast dat, aangezien de rechtbank bij de aangevallen uitspraak reeds heeft beslist ten aanzien van de proceskosten in verband met de procedure in eerste aanleg, hier slechts de in hoger beroep gemaakte kosten ter beoordeling staan. Deze kosten worden ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
5. Tot slot merkt de Raad op dat uit artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het griffierecht rechtstreeks tot het Uwv kan wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de wettelijke rente, als hiervoor aangegeven;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 322,- te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.R. de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2008.
(get.) H. Bolt.
(get.) W.R. de Vries.
RB