ECLI:NL:CRVB:2008:BG1539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens juiste vaststelling beperkingen bij depressief toestandsbeeld
Appellante ontvangt sinds 10 juli 2003 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV herzag deze uitkering per 14 oktober 2004 naar 45 tot 55%, maar stelde dit later bij naar 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV juist was.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij geen duurzaam benutbare mogelijkheden had en verwees zij naar diverse medische rapporten, waaronder van psychiater Stek en neuroloog Oosterhoff. De Raad achtte deze rapporten echter niet toegesneden op de WAO-herbeoordeling en onderschreef de conclusies van de bezwaarverzekeringsartsen Admiraal en Hovy dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 14 oktober 2004 juist waren vastgesteld.
De Raad concludeerde dat appellante op de datum in geding niet in staat was de functies volledig te vervullen die ten grondslag lagen aan de schatting van 65 tot 80% arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.