ECLI:NL:CRVB:2008:BG0664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens hersenletsel
Appellant had een WAO-uitkering die het UWV op 18 maart 2005 introk wegens een vermeende verbetering van zijn arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij door hersenletsel nog steeds beperkingen ondervindt, wat werd ondersteund door een revalidatiearts en psychologe. Een re-integratiepoging mislukte vanwege overbelasting.
De Raad stelde vast dat het UWV zich inmiddels kon verenigen met de conclusie van een bezwaararbeidsdeskundige dat appellant niet langer geschikt is voor de geselecteerde functies waarop het besluit was gebaseerd. Hierdoor handhaafde het UWV het bestreden besluit niet langer. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak van de rechtbank.
Daarnaast oordeelde de Raad dat appellant recht heeft op wettelijke rente over de na te betalen uitkering en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep, begroot op in totaal €1.288,-. Tevens werd het betaalde griffierecht van €142,- aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.