ECLI:NL:CRVB:2008:BG0553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens niet aanvaarden algemeen geaccepteerde arbeid
Appellant ontvangt een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het Dagelijks Bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat heeft de bijstand van appellant eerder verlaagd wegens het niet naar vermogen trachten te verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid. Na een eerdere verlaging van 50% werd de bijstand voor twee maanden met 100% verlaagd omdat appellant aangeboden werk bij een uitzendbureau niet heeft aanvaard.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij ten onrechte aannam dat hij direct moest beginnen met het werk in Oirschot en dat de werktijden in ’s-Hertogenbosch hem verhinderden religieuze bijeenkomsten bij te wonen. De Raad oordeelt echter dat een afspraak met de sociale dienst niet in de weg staat aan het aanvaarden van arbeid en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het werk hem belemmerde bij het bijwonen van de bijeenkomsten.
De Raad stelt vast dat het Dagelijks Bestuur op grond van de WWB en de Afstemmings- en handhavingsverordening terecht de bijstand heeft verlaagd met 100% voor twee maanden vanwege recidive. Er is geen reden om de verlaging te matigen of te beëindigen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 100% voor twee maanden wordt bevestigd.