ECLI:NL:CRVB:2008:BG0280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadresinformatie
Appellante ontving vanaf oktober 2005 een bijstandsuitkering. Na melding van huisuitzetting op 22 februari 2006, werd haar gevraagd verifieerbare informatie over haar nieuwe woonadres te verstrekken, wat zij niet tijdig deed. Later gaf zij telefonisch een adres op, maar het College stelde vast dat zij daar niet daadwerkelijk woonde.
Het College trok de bijstand per 22 februari 2006 in wegens het verstrekken van onjuiste gegevens over het woonadres, wat essentieel is voor het vaststellen van het recht op bijstand. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat appellante niet op het opgegeven adres woonde, wat werd ondersteund door verklaringen van derden en het proces-verbaal. Door het niet nakomen van de inlichtingenverplichting kon het College het recht op bijstand niet vaststellen en was intrekking gerechtvaardigd.
De Raad oordeelde dat het College terecht handelde volgens de beleidsregels en dat er geen reden was om daarvan af te wijken. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstandsuitkering bevestigd.