ECLI:NL:CRVB:2008:BF9109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering bij vaststelling arbeidsongeschiktheid 35-45%
Appellante was sinds 1999 arbeidsongeschikt wegens zwangerschapsklachten en ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2004 werd deze mate vastgesteld op 35 tot 45%, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering en beval een nieuw besluit.
Het UWV verklaarde het bezwaar opnieuw ongegrond en trok in 2006 de uitkering in omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar stelde het UWV in 2007 de arbeidsongeschiktheid onveranderd vast op 35 tot 45%, maar handhaafde de intrekking van de uitkering omdat appellante in staat werd geacht met haar beperkingen voldoende inkomen te verwerven.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek naar de beperkingen zorgvuldig was en dat de functies passend waren. Tevens werd geoordeeld dat de inbreuk op het eigendomsrecht gerechtvaardigd was. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze overwegingen, wijst de argumenten van appellante af en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.