ECLI:NL:CRVB:2008:BF8935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, die was toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 21 november 2005 in te trekken wegens een afname van de arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde vast dat het UWV de functionele mogelijkheden van appellant correct had vastgesteld.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad vond geen objectieve medische gronden om de beperkingen van appellant in een verdergaande mate aan te nemen. De door appellant overgelegde medische rapporten, waaronder die van zijn orthopedisch chirurg, boden geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad achtte het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende onderbouwd.
De Raad wees ook de stelling van appellant af dat de primaire verzekeringsarts onvoldoende opvolging had gegeven aan vermoedelijke medische aandoeningen. De rapportage was onjuist gedateerd en opgesteld na ontvangst van aanvullende informatie. Er was geen reden om een deskundige in te schakelen voor nader onderzoek. De Raad besloot het hoger beroep ongegrond te verklaren en de uitspraak van de rechtbank te bevestigen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.