ECLI:NL:CRVB:2008:BF7922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering zonder urenbeperking
Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht die het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het UWV had de WAO-uitkering van appellant per 19 oktober 2004 vastgesteld op 65-80% arbeidsongeschiktheid na een eerdere herziening.
Appellant stelde dat hij vanwege burn-out, psoriasis en lage rug- en gewrichtsklachten niet in staat was loonvormende arbeid te verrichten en dat een urenbeperking van vier uur per dag in aanmerking moest worden genomen. Hij voerde aan dat zijn psychotherapeut op de hoogte was van zijn toestand rond de datum in geding.
De Raad oordeelde dat de in hoger beroep aangevoerde argumenten geen nieuwe gezichtspunten bevatten en dat er geen nieuwe objectieve medische gegevens waren die meer beperkingen aantoonden dan eerder vastgesteld. Er was onvoldoende onderbouwing voor een urenbeperking. De Raad achtte het voldoende onderbouwd dat appellant de hem voorgehouden functies kon verrichten zonder dat deze zijn belastbaarheid overschreden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering zonder urenbeperking bevestigd.