ECLI:NL:CRVB:2008:BF7918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering na hernieuwde uitval werknemer
Een werknemer viel in november 2001 uit wegens gezondheidsklachten en hervatte haar werk gedeeltelijk in januari 2003. Het UWV weigerde in maart 2003 een WAO-uitkering toe te kennen omdat de werknemer minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Deze beslissing werd niet aangevochten.
In maart 2005 viel de werknemer opnieuw uit. Het UWV weigerde een WAO-uitkering met toepassing van de verkorte wachttijd van artikel 43a WAO, omdat de werknemer na afloop van de eerdere periode geschikt werd geacht voor het eigen werk. De werkgever maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de eerdere uitspraak en oordeelt dat de verkorte wachttijd niet van toepassing is. De Raad stelt vast dat de werkgever op de hoogte was van het oordeel van de arbeidsdeskundige dat de werknemer geschikt was voor haar werk, mede door een aanzegbrief die ook aan de werkgever was gestuurd. Onduidelijkheid over het besluit kon de werkgever niet baten, omdat zij geen bezwaar heeft gemaakt tegen het eerdere besluit.
De Raad bevestigt daarmee de weigering van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van de werkgever af.