ECLI:NL:CRVB:2008:BF7576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering toeslag na overlijden echtgenote zonder dringende redenen
Appellant ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering met toeslag op grond van de Toeslagenwet. Na het overlijden van zijn echtgenote in april 2002 kende de Sociale Verzekeringsbank een nabestaandenuitkering toe. Het UWV herzag daarop de toeslag en vorderde onverschuldigde betalingen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de nabestaandenuitkering vanaf de ingangsdatum moet worden toegerekend en dat geen dringende redenen voor terugvordering waren. Ook was er geen sprake van een uitdrukkelijke toezegging door het UWV.
In hoger beroep voerde appellant aan dat dringende redenen ontbraken en dat het bestuursorgaan de redelijke termijn had overschreden. Tevens stelde hij dat er wel een toezegging was gedaan. De Raad concludeerde dat geen toezegging kon worden vastgesteld, mede vanwege het ontbreken van een telefoonnotitie en bevestiging door appellant.
De medische stukken toonden geen dringende medische redenen die terugvordering zouden rechtvaardigen. De Raad oordeelde dat de overschrijding van de redelijke termijn niet aan het bestuursorgaan kon worden toegerekend, omdat een substantieel deel van de bezwaarprocedure voor rekening van appellant kwam.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de toeslag en wijst het hoger beroep af.