ECLI:NL:CRVB:2008:BF7420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante was verkoopster en viel in februari 2001 uit wegens psychische en rugklachten. Zij ontving een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2005 door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat haar verdienvermogen nihil was, waarna het UWV haar uitkering introk per januari 2006.
In de bezwaarprocedure en eerste aanleg werd de medische en arbeidskundige beoordeling bevestigd, ondanks betwisting door appellante dat haar beperkingen onderschat waren. Zij bracht onder meer een psychiatrisch rapport in dat volgens haar twijfel zou zaaien over de juistheid van de vastgestelde beperkingen.
De Raad oordeelt dat de medische onderbouwing zorgvuldig is en dat er geen objectieve aanwijzingen zijn dat appellante ernstiger beperkt was dan aangenomen. Ook de informatie van huisarts en psychiater ondersteunt dit niet. De functies die voor appellante geschikt werden geacht, sluiten aan bij haar beperkingen. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende medische grondslag voor ernstiger beperkingen.