ECLI:NL:CRVB:2008:BF7418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en boete wegens niet-melden verdiensten WAO-uitkering
Appellante ontving vanaf april 1999 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2003 werkte zij gedurende vier dagen per maand tien uur tegen een salaris van circa €82,35 bruto, wat zij niet tijdig schriftelijk aan het UWV meldde. Het UWV schortte daarom de uitkering op en herzag deze naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid.
Appellante voerde aan dat zij op basis van een mededeling van een arbeidsdeskundige dacht maximaal €50 netto te mogen bijverdienen en dat zij niet verwijtbaar had gehandeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de mededelingsplicht was geschonden. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel, stellende dat appellante meer uren werkte dan gemeld en dat zij de verdiensten direct schriftelijk had moeten melden.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de WAO-uitkering herzag en een boete oplegde wegens schending van artikel 80 van Pro de WAO. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en oplegging van een boete wegens niet tijdig melden van inkomsten.