ECLI:NL:CRVB:2008:BF7400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid als onderwijskracht
Appellante was werkzaam als onderwijskracht en ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2004 concludeerde het UWV dat zij geschikt was voor haar maatgevende arbeid, waarna de uitkering werd ingetrokken. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar medische beperkingen, waaronder schildklieraandoening, hoge bloeddruk, hyperventilatie, concentratieproblemen en carpaal tunnel syndroom, onvoldoende waren erkend.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige onderzochten de klachten en de functiebelasting. De medische klachten werden als onvoldoende geobjectiveerd beoordeeld en de arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante met haar beperkingen haar functie, inclusief gymlessen en pleinwacht, kon blijven vervullen. De rechtbank onderschreef deze bevindingen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze conclusies. De Raad oordeelde dat geschiktheid voor de maatgevende arbeid in principe uitsluit dat sprake is van arbeidsongeschiktheid. Ook werd geoordeeld dat het Schattingsbesluit niet van toepassing is indien geen sprake is van arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor haar maatgevende arbeid.