ECLI:NL:CRVB:2008:BF6465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verdiscontering OV-jaarkaart in maatmanloon bij arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld en de waarde van een door zijn werkgever vergoede OV-jaarkaart eerste klasse in het maatmanloon werd verdisconteerd. De rechtbank Utrecht had het beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat de korting voor gezinsleden op de OV-jaarkaart geen voordeel uit dienstbetrekking is, maar een voordeel dat door de NS wordt gegeven.
Appellant was het niet eens met deze beoordeling en ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het voordeel dat de gezinsleden van appellant genoten niet voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst, maar een extern voordeel is. Dit voordeel werd niet door appellant zelf genoten uit zijn dienstbetrekking, maar door zijn gezinsleden.
Op basis hiervan bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak benadrukt de scheiding tussen voordelen die rechtstreeks uit de arbeidsovereenkomst voortvloeien en externe voordelen die niet in het maatmanloon worden betrokken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd dat het voordeel voor gezinsleden geen voordeel uit dienstbetrekking is.