ECLI:NL:CRVB:2008:BF4560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering leenbijstand wegens niet-nakoming aflossingsverplichtingen
Appellant ontving samen met zijn ex-echtgenote een lening op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) 2004, met hoofdelijk aansprakelijkheid voor terugbetaling. Na het faillissement van de ex-echtgenote werd de lening geheel opeisbaar gesteld. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen vorderde een bedrag van € 26.511,56 terug wegens niet-nakoming van aflossingsverplichtingen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze terugvordering gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het terugvorderingsbesluit intact. Appellant stelde in hoger beroep dat het College te lichtvaardig afstand had gedaan van het zakelijk recht van tweede hypotheek, waardoor hij ernstig werd benadeeld.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 58 van Pro de WWB in verbinding met artikel 40 van Pro het Bbz 2004 en dat appellant en zijn ex-echtgenote hoofdelijk aansprakelijk zijn. De beleidsregel van het College om kosten van leenbijstand volledig terug te vorderen bij niet-nakoming werd niet onredelijk bevonden. De stelling van appellant dat het College te lichtvaardig akkoord ging met de doorhaling van de tweede hypotheek werd verworpen, omdat de eerste hypotheekhouder reeds niet volledig kon worden voldaan.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden oordeel en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van leenbijstand wegens niet-nakoming van aflossingsverplichtingen.