ECLI:NL:CRVB:2008:BF3965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- K. Zeilemaker
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering toeslag wegens onjuiste maatstaf duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving vanaf 1 maart 2003 een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) naast haar WAO-uitkering. Het UWV trok deze toeslag per 7 februari 2006 in en vorderde de reeds betaalde toeslag terug wegens vermeende gezamenlijke huishouding met haar echtgenoot. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Raad oordeelt dat het UWV onjuiste maatstaven hanteerde door te toetsen aan gezamenlijke huishouding in plaats van aan het criterium duurzaam gescheiden leven zoals bedoeld in artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de TW. Uit onderzoek bleek dat appellante en haar echtgenoot gedurende de gehele periode samenwoonden en zich als gezin presenteerden, ondanks verhuizing naar een ander adres.
De Raad concludeert dat appellante ten onrechte toeslag is verleend vanwege schending van haar inlichtingenverplichting. Het UWV was daarom bevoegd de toeslag in te trekken en terug te vorderen. Dringende redenen om hiervan af te zien zijn niet aangetoond. De Raad vernietigt het besluit van 3 mei 2006 en de aangevallen uitspraak, verklaart het beroep gegrond, en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV tot intrekking en terugvordering van toeslag wordt vernietigd.