ECLI:NL:CRVB:2008:BF3690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toeslag AOW wegens inkomen echtgenote uit flexibel pensioen
Appellant ontving een AOW-pensioen met toeslag omdat zijn echtgenote nog geen 65 jaar was. Toen de echtgenote een flexibel pensioen ontving, werd dit pensioen als inkomen in verband met arbeid aangemerkt, waardoor appellant geen recht meer had op toeslag. De Sociale verzekeringsbank (Svb) trok de toeslag in en vorderde te veel ontvangen bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de verwijtbaarheid voor de teveelbetaling grotendeels bij appellant lag. De rechtbank vond dat de Svb niet kennelijk onredelijk had gehandeld. Appellant ging in hoger beroep maar herhaalde vooral eerdere gronden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de intrekking van de toeslag en de terugvordering. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De Raad benadrukte dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat het flexibel pensioen van zijn echtgenote invloed had op zijn toeslagrechten.
Uitkomst: De intrekking van de toeslag en terugvordering van te veel ontvangen AOW-pensioen worden bevestigd.