ECLI:NL:CRVB:2008:BF3254
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling maximering maatmanuren
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard met een WAO-uitkering, betwistte de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage na heronderzoek door het UWV, waarbij het aantal maatmanuren werd gemaximeerd. De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen het herzieningsbesluit van het UWV gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep vastgesteld dat het UWV het aantal maatmanuren ten onrechte had gemaximeerd en dat het nieuwe besluit van 28 april 2008 de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant op 65 tot 80% moet stellen. De Raad oordeelde dat de stellingen van appellant onvoldoende onderbouwd waren en dat de rechtbank terecht had geoordeeld over de geschiktheid van resterende functies en opleidingsniveau.
De Raad vernietigde het eerdere vonnis voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand waren gelaten en verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV ongegrond. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 28 april 2008 wordt ongegrond verklaard en het eerdere vonnis wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand bleven.