ECLI:NL:CRVB:2008:BF2441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste woonadres en schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand en gaf als woonadres een woning op waar hij feitelijk niet verbleef. Het College trok de bijstand in wegens het niet wonen op het opgegeven adres en het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting. Appellant maakte bezwaar en verzocht om vergoeding van kosten en renteschade.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit tot beëindiging van de bijstand berustte op een onjuiste bevoegdheidsgrondslag. De Raad stelde vast dat appellant niet woonde op het opgegeven adres en dat hij onvoldoende informatie gaf over zijn verblijfplaats. Hierdoor mocht het College de bijstand beëindigen.
De Raad vernietigde het besluit van 2 juni 2005 voor zover het de beëindiging van de bijstand betrof, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Het verzoek om renteschade werd afgewezen. Het College werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstand wordt vernietigd wegens onjuiste bevoegdheidsgrondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het College wordt veroordeeld in proceskosten.