ECLI:NL:CRVB:2008:BF2240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uitsluiting vrijwillige AOW-verzekering na wijziging verzekeringsplicht echtgenoot
Appellante, gehuwd met een in Nederland werkzame echtgenoot die sinds 1967 verzekerd was en thans in Spanje woont met een WAO-uitkering, was sinds 1989 vrijwillig verzekerd voor de AOW en ANW. Door een wijziging in het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden (KB 746) werd haar echtgenoot vanaf 1 januari 2000 niet langer verplicht verzekerd, waardoor appellante werd uitgesloten van vrijwillige verzekering vanaf die datum.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze uitsluiting ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de verplichte verzekering van haar echtgenoot was geëindigd en dat volgens EG-verordening 1408/71 en jurisprudentie van het Hof van Justitie de vrijwillige verzekering voortgezet had moeten worden.
Naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Van Pommeren-Bourgondiën (C-227/03) heeft de Sociale verzekeringsbank haar standpunt herzien en appellante de mogelijkheid geboden zich alsnog vrijwillig te verzekeren vanaf 1 januari 2000 voor een periode van zes jaar.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep slaagt, vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en beveelt de Sociale verzekeringsbank een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad de Sociale verzekeringsbank tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Sociale verzekeringsbank wordt verplicht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.