ECLI:NL:CRVB:2008:BF2088

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-601 ZFW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 Verdrag Nederland-Turkije
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding in Turkije gemaakte ziektekosten wegens ontbreken spoedeisende medische noodzaak

Appellante verzocht Zilveren Kruis om vergoeding van ziektekosten gemaakt in Turkije, waaronder cardiologisch onderzoek, lensonderzoek, rolstoel, medicijnen en telefoonkosten. Zilveren Kruis wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat sprake was van spoedeisende medische hulp die niet kon worden uitgesteld tot terugkeer in Nederland.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging. Zij stelde dat door toedoen van Zilveren Kruis haar zoon meerdere malen naar Turkije moest reizen voor medische hulp.

De Raad oordeelde dat klachten over bejegening niet in deze procedure aan de orde zijn en dat de kernvraag is of appellante aanspraak heeft op vergoeding op grond van het Verdrag tussen Nederland en Turkije. Artikel 13 van Pro het Verdrag geeft recht op vergoeding bij onmiddellijke geneeskundige behandeling.

De Raad concludeerde dat niet is aangetoond dat sprake was van een spoedeisende gezondheidstoestand die onmiddellijke behandeling vereiste. De overgelegde medische stukken bevatten slechts beschrijvingen van verrichtingen zonder aanwijzingen voor spoedeisendheid. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: De vergoeding van in Turkije gemaakte ziektekosten wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisende medische noodzaak.

Uitspraak

08/601 ZFW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante)
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2007, 07/1501 (hierna: aangevallen uitspraak)
in het geding tussen
appellante
en
Zilveren Kruis Achmea Zorgverzekeringen N.V., gevestigd te Noordwijk, (hierna: Zilveren Kruis)
Datum uitspraak: 10 september 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft haar zoon, [naam zoon], hoger beroep ingesteld.
Zilveren Kruis heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juli 2008. Namens appellante is verschenen haar zoon, [naam zoon]. Zilveren Kruis heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Ganner.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Bij brief van 12 mei 2005 heeft appellante Zilveren Kruis verzocht de door haar in Turkije gemaakte ziektekosten te vergoeden. Daarbij zijn nota’s overgelegd van onderzoek door de cardioloog prof. dr. A. Bayram van 3 mei 2005, van lensonderzoek op 24 juli 2004, en verder van een rolstoel, medicijnen, verbandmiddelen en telefoonkosten.
1.2. Bij besluit van 5 oktober 2005 heeft Zilveren Kruis deze aanvraag afgewezen.
1.3. Bij besluit van 3 april 2007 heeft Zilveren Kruis, in overeenstemming met het advies van het College voor zorgverzekeringen van 27 maart 2007, het bezwaar van appellante tegen het besluit van 5 oktober 2005 ongegrond verklaard. Zilveren Kruis stelt zich op het standpunt dat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is geweest van spoedeisende medische behandelingen, die niet konden worden uitgesteld tot terugkeer in Nederland.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 3 april 2007 ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat zij door toedoen van Zilveren Kruis in de periode van 2 mei 2005 tot en met 6 januari 2006 geen adequate medische hulp heeft gekregen. Hierdoor was haar zoon [naam zoon] genoodzaakt vier maal naar Turkije te reizen om medische hulp te regelen.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad stelt voorop dat in dit geding de klachten van appellante die zien op de bejegening door Zilveren Kruis niet aan de orde kunnen komen. Deze kunnen desgewenst via de klachtenprocedure aan Zilveren Kruis worden voorgelegd. Hiertoe heeft de gemachtigde van Zilveren Kruis ter zitting bij de rechtbank Rotterdam aan de zoon van appellante het adres van het klachtenbureau overhandigd.
4.2. In dit geding ligt de vraag voor of appellante op grond van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de republiek Turkije inzake sociale zekerheid (hierna: het Verdrag) aanspraak heeft op de door haar bij brief van 12 mei 2005 aangevraagde vergoeding van in Turkije gemaakte kosten van medische zorg, en meer in het bijzonder of sprake is geweest van spoedeisende hulp als bedoeld in het Verdrag. Hierbij stelt de Raad vast dat de nota van het lensonderzoek van 24 juli 2004 niet langer in geschil is, nu - gelet op het verhandelde ter zitting - Zilveren Kruis deze kosten op 25 september 2005 aan appellante heeft vergoed.
4.3. In artikel 13, eerste lid, van het Verdrag is - kort gezegd en voor zover hier van belang - bepaald dat een werknemer of gelijkgestelde die is aangesloten bij een orgaan van een van de verdragsluitende partijen en woonachtig is op het grondgebied van die partij, recht heeft op prestaties gedurende een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij wanneer zijn gezondheidstoestand onmiddellijke geneeskundige behandeling, met inbegrip van opname in een ziekenhuis, noodzakelijk maakt.
4.4.1. Gelet op alle thans ter beschikking staande gegevens, is de Raad, evenals de rechtbank in de aangevallen uitspraak, tot het oordeel gekomen dat Zilveren Kruis bij het besluit van 3 april 2007 terecht de afwijzing van de aanvraag van appellante heeft gehandhaafd, omdat niet wordt voldaan aan het in artikel 13, eerste lid, van het Verdrag vervatte criterium.
4.4.2. Dat van een gezondheidstoestand die onmiddellijke geneeskundige behandeling noodzakelijk maakt sprake is geweest, blijkt niet uit de door appellante overgelegde verklaringen en opnameverslagen. Deze bevatten enkel een beschrijving van de medische verrichtingen. Voorts heeft de zoon van appellante, ter zitting daarnaar gevraagd, niet aannemelijk kunnen maken dat de kosten van de in geding zijnde nota’s zijn gemaakt wegens een dergelijke gezondheidstoestand.
4.5. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en H.C.P. Venema en O.J.D.M.L. Jansen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.R. Sharma als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 september 2008.
(get.) R.M. van Male.
(get.) S.R. Sharma.
OA