ECLI:NL:CRVB:2008:BF1876

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-1564 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding in hoger beroep tegen UWV-besluit

Appellante heeft in hoger beroep alleen het onderdeel van de uitspraak bestreden waarin de vergoeding van kosten van rapporten van Instituut Psychosofia werd afgewezen. Het UWV stelde dat het hoger beroep geen kans van slagen had en verzocht om veroordeling van appellante in de proceskosten op grond van artikel 8:75 Awb Pro.

De Raad overwoog dat de kosten van de rapporten niet voor vergoeding in aanmerking komen, zoals in eerdere uitspraken is bevestigd. Er was geen aanleiding om hiervan af te wijken, waardoor het hoger beroep geen doel treft en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Ten aanzien van het verzoek om proceskostenveroordeling oordeelde de Raad dat er geen sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Het enkel aanvechten van vaste jurisprudentie, waarvan appellante en haar gemachtigde op de hoogte waren, is onvoldoende om dit te concluderen. Het verzoek van het UWV wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: De Raad bevestigt de afwijzing van het verzoek om vergoeding van rapportkosten en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Uitspraak

06/1564 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 februari 2006, 05/2975 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 19 september 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 augustus 2008. Appellante was vertegenwoordigd door mr. De Jonge en het Uwv door mr. M.K. Dekker.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij de aangevallen uitspraak slechts bestrijdt voor zover daarbij zijn afgewezen de verzoeken om de kosten van door Instituut Psychosofia uitgebrachte rapporten te vergoeden.
2. Het Uwv heeft onder verwijzing naar jurisprudentie van de Raad naar voren gebracht dat het hoger beroep geen kans van slagen heeft. Het Uwv heeft daarenboven verzocht om veroordeling van appellante in de proceskosten met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, derde volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. De Raad overweegt als volgt.
3.1. Bij uitspraak van 13 april 2005, LJN: AT4323 heeft de Raad, kort samengevat, overwogen dat de kosten van door Instituut Psychosofia uitgebrachte rapporten niet voor vergoeding op de voet van artikel 8:75 van Pro de Awb in aanmerking komen. Dit oordeel is door de Raad nadien bij vele uitspraken - waarbij mr. De Jonge als gemachtigde optrad -herhaald.
3.2. De Raad ziet geen enkele aanleiding in deze geschillen tot een ander oordeel te komen. Het hoger beroep treft mitsdien geen doel. De aangevallen uitspraak komt, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking.
4. Met betrekking tot het door het Uwv gedane verzoek om veroordeling van appellante in de proceskosten overweegt de Raad het volgende.
4.1. In het geval appellante kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht - als bedoeld in artikel 8:75, eerste lid, derde volzin, van de Awb - maakt, kan voor inwilliging van zo’n verzoek aanleiding bestaan. Van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht is echter geen sprake. De omstandigheid dat appellante een reeds herhaaldelijk door de Raad in vergelijkbare zaken gegeven oordeel aanvecht is hiervoor onvoldoende. De Raad wijst erop dat op het aangevochten oordeel van de rechtbank - anders dan in het geschil dat heeft geleid tot de uitspraak van de Raad van 27 februari 2008, 06/6230 WAO (LJN: BC5177) - nog niet eerder door de Raad is beslist in het tussen partijen bestaande geschil. Dat appellante - gelet op de door haar gemachtigde in tal van andere procedures ingediende en door de Raad verworpen gronden - er bij het instellen van het hoger beroep ernstig rekening mee heeft kunnen en moeten houden dat de Raad in dit geval niet tot een van zijn voormelde vaste jurisprudentie afwijkend oordeel zou komen, maakt nog niet dat het aanvechten van deze jurisprudentie als een kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht moet worden aangemerkt.
4.2. Het verzoek van het Uwv wordt mitsdien afgewezen.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
Wijst het verzoek appellante te veroordelen in de proceskosten van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen af.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en A.T. de Kwaasteniet als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 19 september 2008.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) A.C. Palmboom.
RB