ECLI:NL:CRVB:2008:BF0336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellante, werkzaam als cateringmedewerkster, viel uit wegens rug- en beenklachten en onderging een rugoperatie. Het UWV weigerde haar een WAO-uitkering toe te kennen op grond van een medische en arbeidskundige beoordeling dat zij geschikt was voor andere functies met minder dan 15% verdiencapaciteitsverlies.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat de arbeidskundige beoordeling aanvankelijk onvoldoende inzichtelijk was. Pas in hoger beroep werd toegelicht waarom de geduide functies geschikt waren voor appellante.
De Raad vernietigde het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Het beroep tegen de weigering van ziekengeld werd bevestigd. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het beroep tegen de weigering van ziekengeld wordt bevestigd.