ECLI:NL:CRVB:2008:BF0132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.C. Bruning
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag politieambtenaar wegens onherstelbare verstoorde arbeidsverhouding en redelijke uitkeringsregeling
Appellant, sinds 1974 politieambtenaar, werd ontslagen wegens een onherstelbare impasse in de arbeidsverhouding met de korpsbeheerder. Na een onderzoek door de Rijksrecherche in 1998 en eerdere verdenkingen in 1995, waarbij appellant onterecht werd verdacht, volgde een langdurige periode van ziekteverlof en mislukte re-integratiepogingen.
De korpsbeheerder heeft in 2006 besloten tot ontslag op grond van artikel 95, eerste lid, van het Barp vanwege de verstoorde verhouding die niet meer te herstellen was. De minister stelde een uitkeringsregeling vast die substantieel gunstiger was dan de minimumregeling, inclusief een uitkeringsgarantie, pensioenopbouw en vergoeding voor rechtsbijstand.
Appellant voerde aan dat het ontslag prematuur was en dat de korpsbeheerder onvoldoende had gedaan om de impasse te voorkomen, en eiste een ruimere regeling met volledige bezoldiging en immateriële schadevergoeding. De Raad oordeelde dat de impasse onherstelbaar was en dat de korpsbeheerder niet onrechtmatig had gehandeld. De regeling van de minister werd als redelijk beoordeeld, en een vergoeding voor immateriële schade werd afgewezen.
De Raad bevestigde het ontslagbesluit en de uitkeringsregeling, en wees een hoger bedrag voor de kosten van bezwaar af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 augustus 2008.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wordt bevestigd en de uitkeringsregeling van de minister wordt als redelijk beoordeeld.