ECLI:NL:CRVB:2008:BF0089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeschiktheidsontslag na veroordeling wegens valsheid in geschrifte
Appellant, werkzaam als controlemedewerker bij de Belastingdienst, werd veroordeeld wegens meervoudige valsheid in geschrifte. Naar aanleiding hiervan werd hij geschorst en uiteindelijk ontslagen wegens ongeschiktheid anders dan ziekte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het ontslagbesluit ongegrond en oordeelde dat geen sprake was van dubbele bestraffing en dat het bestuursorgaan een keuzevrijheid had in de ontslaggrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat het arrest van het gerechtshof waarin appellant werd veroordeeld onherroepelijk was geworden na verwerping van het cassatieberoep. De Raad onderschreef dat het bestuursorgaan terecht een waarschuwing had gegeven dat ontslag mogelijk was bij rechterlijke veroordeling en dat het bestuursorgaan niet verplicht was te wachten op een onherroepelijke strafrechtelijke uitspraak.
De Raad benadrukte de ernst van de feiten, de imagoschade voor de Belastingdienst en het dienstbelang bij schorsing en ontslag. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ontslagbesluit wegens ongeschiktheid wordt bevestigd.