ECLI:NL:CRVB:2008:BF0066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAZ-uitkering wegens onvoldoende toetsbaarheid schatting
Appellant had een WAZ-uitkering die door het UWV werd ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij meer beperkt was dan vastgesteld, dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) te veel beperkingen bevatte, dat de gehanteerde functies niet correct waren gekozen, dat de urenomvang onjuist was gemaximeerd en dat het gebruikte Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) onvoldoende toetsbaar was.
De Raad oordeelde dat de functionele mogelijkheden juist waren vastgesteld en dat de beperkingen in de FML niet tot een onjuiste schatting leidden. De Raad stelde dat de drie functies waarop de schatting was gebaseerd (portier, chauffeur bijzonder vervoer en meteropnemer) voldoende waren volgens het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Hoewel de maximering van de urenomvang juridisch niet bindend is, leidde het niet tot een andere uitkomst. Wel oordeelde de Raad dat het CBBS onvoldoende inzichtelijk en toetsbaar was gemaakt, omdat signaleringen zonder voldoende toelichting waren omgezet, wat niet acceptabel is.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende toetsbaarheid van de schatting, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.