ECLI:NL:CRVB:2008:BE9780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning WAO- en WW-uitkering en beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige toetsing
Appellante, werkzaam als verkoopmedewerker, meldde zich ziek wegens spanningsklachten en fysieke beperkingen. Het UWV kende haar op basis van een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% en een dagloon van €93,68.
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid, de selectie van passende functies en het dagloon. Na een bezwaarprocedure handhaafde het UWV de besluiten. Ook werd een WW-uitkering toegekend met een dagloon van €37,47, waartegen appellante eveneens bezwaar maakte.
De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, de beperkingen van appellante juist had vastgesteld en de geselecteerde functies passend waren. Het beroep tegen het dagloon werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. Tevens werd het beroep tegen de beëindiging van de ZW-uitkering ongegrond verklaard, omdat appellante medisch gezien in staat was de functies te vervullen.
De Raad vernietigde één besluit wegens onvoldoende motivering, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven. De proceskosten werden toegewezen aan appellante.
Uitkomst: De Raad bevestigt de toekenning van de WAO- en WW-uitkering, wijst het beroep tegen het dagloon af en verklaart het beroep tegen beëindiging van de ZW-uitkering ongegrond.