ECLI:NL:CRVB:2008:BE9031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering AOW-uitkering wegens onvoldoende bewijs verblijf en loonbelasting
Appellant, geboren in 1938, vroeg in september 2002 een AOW-uitkering aan en gaf aan van 1965 tot 1972 in Nederland te hebben gewoond en gewerkt. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in die periode in Nederland woonde of loonbelasting betaalde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij onder een andere naam had gewerkt. De Svb gaf toe dat zij onvoldoende onderzoek had gedaan naar deze alternatieve namen en startte een nader onderzoek. De Raad oordeelde dat het oorspronkelijke besluit onzorgvuldig was voorbereid en vernietigde het bestreden besluit. De Svb moet een nieuwe beslissing nemen, waarbij ook rekening gehouden moet worden met de inschrijving in het bevolkingsregister en eerdere kinderbijslagzaken.
Daarnaast veroordeelde de Raad de Svb tot betaling van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 augustus 2008.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de AOW-uitkering wordt vernietigd en de Svb moet een nieuwe beslissing nemen.