ECLI:NL:CRVB:2008:BE0075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking WAO-uitkering vanwege arbeidskundige beoordeling met toepassing CBBS
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo, die het beroep van betrokkene tegen de herziening en intrekking van zijn WAO-uitkering gegrond verklaarde. De rechtbank had kritiek op de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit, met name op het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) dat gebruikt werd voor de beoordeling.
De rechtbank wees op structurele gebreken in het systeem, zoals het ontbreken van markeringen bij bepaalde beoordelingspunten van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waar een normaalwaarde gold, terwijl de functiebelasting een bijzondere belasting kende. Dit leidde tot onvoldoende zekerheid over de geschiktheid van betrokkene voor geselecteerde functies.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de bezwaren van de rechtbank tegen het aangepaste CBBS niet worden gedeeld. Uit eerdere uitspraken blijkt dat het systeem de mogelijke overschrijdingen van belastbaarheid adequaat signaleert, zowel bij matchende als niet-matchende beoordelingspunten. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee het besluit tot herziening en intrekking van de WAO-uitkering standhoudt.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en intrekking van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.