ECLI:NL:CRVB:2008:BE0074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering Ioaw-uitkering wegens gezamenlijke huishouding
Het College van burgemeester en wethouders van Heerhugowaard had de Ioaw-uitkering aan [K.] ingetrokken en teruggevorderd omdat hij een gezamenlijke huishouding voerde met appellante. Het College vorderde op grond van artikel 26 Ioaw Pro de terugbetaling mede van appellante.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad onderzocht of sprake was van een gezamenlijke huishouding in de zin van artikel 3, derde lid, Ioaw, waarbij zorg voor elkaar en een bijdrage in de huishoudkosten centraal staan.
De Raad oordeelde dat appellante en [K.] inderdaad een gezamenlijke huishouding voerden en dat er geen sprake was van een zakelijke kamerhuurrelatie. De verklaringen van appellante en [K.] aan de sociale recherche bevestigden de wederzijdse zorg. Ook de verklaring van de dochter van appellante leidde niet tot een ander oordeel. De Raad verwierp de bezwaren van appellante over het rechtszekerheids- en zorgvuldigheidsbeginsel.
De Raad concludeerde dat het College terecht de terugvordering mede van appellante heeft bevolen en dat geen dringende redenen bestonden om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de Ioaw-uitkering bevestigd.